Mission: IT Action

Freelancers vallen buiten de inclusieve boot

Veel zzp'ers kiezen bewust voor zelfstandigheid omdat loondienst hen te veel beknelt, zeker neurodiverse, ondernemende en jonge professionals. Wetten die schijnzelfstandigheid moeten tegengaan jagen juist deze echte zelfstandigen het keurslijf in.

Waarom sluiten we een grote groep zzp’ers buiten, terwijl we zo graag inclusie willen?

In het debat over de arbeidsmarkt wordt freelancen door veel mensen nog altijd weggezet als zakkenvullen of opportunisme. Maar zelden vragen we waarom mensen vaak voor deze manier van werken kiezen. Vanuit mijn werk als IT-adviseur en veranderaar in de techsector zie ik een patroon: mensen met uiteenlopende vormen van neurodiversiteit, zoals ADHD, ASS, dyslexie, dyscalculie, ADD, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid, kiezen vaak bewust voor het zzp-bestaan. Maar ook voor veel ondernemende types en jongere generaties als Gen-Z is freelancen niet een noodzakelijk kwaad, maar simpelweg de manier waarop zij het beste tot hun recht komen. Voor deze groepen voelt loondienst vaak te benauwend; zelfstandig ondernemerschap geeft juist ruimte om op eigen voorwaarden te werken.

Vast werk is voor velen een zegen, maar voor sommigen een gevangenis.

Neurodiversiteit staat voor de natuurlijke variatie in het menselijk brein. Dit begrip werd eind jaren negentig geintroduceerd door socioloog Judy Singer. In beleid en politiek ligt de focus meestal op inclusie binnen organisaties, maar in de praktijk floreren veel neurodiverse mensen, ondernemers en jongere generaties juist buiten vaste structuren. De dominante overtuiging, dat een vaste baan het hoogste goed is, sluit grote groepen uit. Werkgevers en politiek redeneren vaak nog vanuit traditionele arbeidsmodellen met vaste kaders, zekerheid en standaardbeoordelingen. Maar juist de behoefte aan autonomie en zelfregie drijft velen naar zelfstandig ondernemerschap.

Het aandeel jonge, neurodiverse en ondernemende zelfstandigen in sectoren als IT en de creatieve industrie is opvallend hoog. Volgens sectoronderzoek en schattingen heeft zo’n 30 tot 35 procent van de zzp’ers in deze sectoren kenmerken van neurodiversiteit, terwijl dat aandeel in loondienst vaak rond de 10 procent ligt. Ook blijkt uit cijfers van het CBS en sectorrapporten dat inmiddels ruim 40 procent van de startende zzp’ers jonger is dan 35 jaar. Verschillende studies laten zien dat zzp’ers met een neurodivers of autonoom profiel meer werktevredenheid, autonomie en veerkracht ervaren dan hun collega’s in vaste dienst.

Dit pleidooi voor ruimte en echte inclusie voor zelfstandigen doet niets af aan het belang van het tegengaan van schijnzelfstandigheid. Er zijn sectoren, zoals pakket- en maaltijdbezorging, waar gedwongen ondernemers zonder bescherming werken, terwijl bedrijven kosten voor verzekeringen, opleidingen en pensioenen ontwijken. Daar is regulering en bescherming hard nodig. Maar het huidige debat focust zich vooral op misbruik en oneerlijke concurrentie, waardoor het beeld ontstaat dat zzp’ers vooral zakkenvullers zijn. In plaats van gericht misstanden aan te pakken, gooien we het kind met het badwater weg. We dwingen echte zelfstandigen, waaronder neurodiverse, ondernemende en jonge professionals, weer het keurslijf in (zie ook mijn eerdere artikel over lineair denken).

Een extra complicatie is de steeds veranderende wet- en regelgeving rond zzp, zoals de Wet DBA en straks VBAR. Hoewel bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, zorgen deze wetten in de praktijk juist voor meer onzekerheid en uitsluiting. Door onduidelijkheid en strengere regels zijn opdrachtgevers huiverig om zelfstandigen in te huren. Zo valt een brede groep die niet past in vaste structuren letterlijk buiten de boot.

Inclusie begint waar we ophouden mensen te dwingen in het systeem, en ruimte maken voor hun eigen manieren van werken. (Vrij naar Judy Singer)

De reflex om zekerheid te idealiseren is diepgeworteld, maar lang niet voor iedereen relevant. Juist neurodiverse, ondernemende en jonge mensen zoeken hun zekerheid in autonomie en regie. In Nederland geldt het vaste contract nog steeds als ultiem vangnet, maar precies dat sluit een grote groep uit. Hun drang om buiten de gebaande paden te werken is juist een bron van innovatie en veerkracht.

Onderzoek en praktijk laten zien dat neurodiverse, ondernemende en jonge mensen beter presteren en minder stress ervaren als zij hun werk zelf kunnen organiseren. Jongeren kiezen niet meer vanzelfsprekend voor baanzekerheid, maar zoeken afwisseling, betekenis en persoonlijke groei. Echte inclusiviteit vraagt om het loslaten van oude structuren. Zolang politiek, belangenverenigingen en organisaties vasthouden aan standaardmodellen, blijft diversiteit op papier bestaan, maar niet in de praktijk.

Freelancen is voor velen een voorwaarde voor werkgeluk, autonomie en eigen regie, en past bij moderne inclusiviteit. Blijft inclusie bij mooie woorden, of durven we echt ruimte te maken voor verschil?

Bronnen: sectoronderzoeken, CBS, NEA, TNO en (internationale) literatuur over neurodiversiteit, jongere generaties en zelfstandig ondernemerschap. Cijfers zijn gebaseerd op schattingen uit sectorrapporten en openbare bronnen.

Terug naar alle artikelen